1 (ad pedes)


zou ze zijn voeten zoenen? de ongelijke en belittekende
enkels, de kuiten strak van lange tochten, och
ook het zachte van die dunne luchtige vacht

en hij, zou hij haar? de kleine en buigzame tenen
met nagels in de kleur van donkere bessen, evenals
de lippen die hem laagbijdegrondse kussen geven

en dat zij elkaars wreven warm zouden wrijven
om de vermoeidheid te verdrijven en het ongemak
van niet willen zwichten, noch vluchten