23.

als hij ooit terugkeert
want wie kon zeggen dat het zover zou komen

zal hij dan een zusje hebben
een klein meisje dat hij in zijn fietstas zet

hij rijdt met haar rond door het dorp
ze is zo licht dat hij zijn evenwicht niet verliest

zijn moeder zal kijken
vertellen hoe ver hij is geweest

zij zal zich buigen over zijn vingers
het grauw onder zijn nagels witten

zijn vader overhandigt hem plechtig
een nieuwe bril, met sluw geslepen glazen

zodat alles helderder lijkt
schoner onder de ereboog

die zijn broers hebben gemaakt
niet het dorp. men kijkt hem aan met de rug

omdat hij zich destijds niet had verstopt
daarom is er geen vrije weg terug

aan de overkant van de straat
blaft een hond voor de derde keer

er komen weer vliegtuigen over
hij moet verdwenen zijn voor het brullen begint