3 (ad manus)


met zijn handen haar wangen vangen in een vlezige kom
zodat haar tong de levenslijn kan betasten en raspend gaat
langs vergeten vliezen. zwemt ademloos tegen hem op

en zij strijkt de kieuwen vlak. haar vingers rudimenten
vanuit een ander bestaan. waarin zij de wilde vleugels
tot rust moest brengen om in zijn palmen te blijven

en zij verstrengelen met elkaar, of zouden dat doen
zoals de ranken van de witte ringelwikke. in zichzelf
kerende gebaren, maar krachtig, op kwarrige grond