6 (ad cor)


hij zou zo spijzig om haar heen willen zijn
zo zout dat het de slagen opjaagt, het ritme
in de frêle kamers van het wervelende diertje

en zij brouwt haar kruidige sauzen om zijn hart
te herstellen telkens als hij terugkeert uit het draad-
loze veld. een pauper met knerpende hersenwindsels

en zij tasten diep in het vlees, allebei, waarbij vezels
niet hoeven te scheuren, het gaat om de prevelzachte
ruimte ertussenin. minne die zowel licht als duister is